Burg. van Eindhoven Rob van Gijzel en voorzitter B.U.C. prof. Anton van der Geld live in de radio-uitzending van BNRBurg. van Eindhoven Rob van Gijzel en voorzitter B.U.C. prof. Anton van der Geld live in de radio-uitzending van BNR

Toespraak van de heer Ady Jung - Voorzitter van het Benelux-Parlement naar aanleiding van de officiële instelling van een Benelux-leerstoel in Nederland, België en Luxemburg in 1995

Geachte voorzitter,
Excellenties,
dames en heren,

Allereerst wil ik allen die hebben meegewerkt aan de oprichting van het Universitair Centrum Benelux, "Scientiac et Artibus", van harte willen feliciteren.

De Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad, waarvan ik voorzitter ben, heeft herhaaldelijk het genoegen gehad de eminente voorzitter van het Centrum, professor Dr. Anton Van der Geld, en de ondervoorzitter, honorair gevolmachtigd minister Edsel Jesurun, te ontmoeten en hebben wij hun inzet voor en toewijding aan de Stichting Universitair Centrum Benelux hogelijk gewaardeerd.

Het spreekt vanzelf dat de Benelux-parlementsleden openstaan voor alle initiatieven ter bevordering van de geest van het Benelux-Verdrag. Het Engelse spreekwoord "Better build dikes than wait for the flood to learn reason!", oftewel "Men kan beter dijken bouwen dan hopen dat de vloed tot rede komt!" lijkt me in deze context wel toepasselijk.

Bij de herdenking van de 50ste verjaardag van de ondertekening van het Benelux-Verdrag, eind 1955, hebben de vertegenwoordigers van onze drie regeringen, na de wederzijdse felicitaties met de positieve ervaringen met de partnerlanden, een groep van deskundigen belast met twee fundamentele opdrachten:

  1. nagaan op welke gebieden nieuwe samenwerkingsverbanden mogelijk zijn en wat de beste manier is om de samenwerking tussen de Beneluxlanden concreet in te vullen;
  2. uitzoeken op welke gebieden de Benelux-samenwerking in haar huidige vorm nog een meerwaarde heeft. 


De zes deskundigen van voormelde groep hebben hun opdracht neergelegd in een document met als titel "De Benelux, opnieuw bezien". Die analyse heeft een brede discussie op gang gebracht, inzonderheid binnen de Interparlementaire Raad, die eenparig constateert:

  • dat moet worden nagegaan op welke gebieden de werking van de Benelux leemten vertoont;
  • dat uitgaand van die inventaris moet worden bekeken hoe de impact van de Benelux en de besluitvorming kunnen worden versterkt;
  • en dat de vinger moet worden gelegd op de aanpassingen die op internationaal-rechtelijk en grondwettelijk vlak nodig zijn om de Benelux doeltreffender te laten werken.


Wat dat betreft dienen de doelstellingen als volgt te worden gedefinieerd en uitgebreid:

1) de onder artikel 3 van de overeenkomst van 5 november 1955 tussen België, Luxemburg en Nederland tot instelling van een Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad vermelde taken:

  • de totstandkoming en de werking van een economische unie;
  • de culturele toenadering tussen de drie staten;
  • de samenwerking op het gebied van het buitenlands beleid;
  • de eenmaking van het recht, met inbegrip van het handelsrecht en het auteursrecht.


2) een pakket nieuwe taken:

  • de tweede en derde pijler van het Verdrag van Maastricht;
  • de diplomatieke vertegenwoordiging van de Benelux;
  • de samenwerking met de regio's aan de buitengrenzen van de Benelux;
  • energiebeleid en ontwikkelingssamenwerking;
  • wetenschappelijk onderzoek en universitair onderwijs;
  • ruimtelijke ordening en milieu;
  • sport en tal van andere materies 


Dat de Benelux nog steeds een niet te verwaarlozen gewicht heeft, werd onlangs nog bevestigd tijdens een lezing van professor Dr. Jean-Claude Boyer, van het Institut d'Etudes européennes et d'Urbanisme aan de Universiteit van Parijs over het thema "Benelux, mythe of realiteit?"

De spreker wees erop dat de Benelux, in de grotere ruimte van het eengemaakte Europa, zijn rol als Europees laboratorium thans volledig heeft uitgespeeld, maar knoopte daar meteen de indrukwekkende conclusie aan vast dat de Benelux, ingeval de Europeses samenwerking faalt, geenszins op de achtergrind zal verdwijnen maar opnieuw de motor van Europa kan worden.

Professor Boyer voerde vier argumenten aan tot staving van een dergelijke hypothese:

  1. de Benelux heeft een menselijke dimensie;
  2. de Benelux kan de Europese Unie meer gewicht geven;
  3. de Benelux heeft altijd enkele lengtes voorsprong op de Europese Unie;
  4. de Benelux moet zijn troeven behouden door te fungeren als Europees laboratorium


"Wil de Benelux de constitutieve kern van de kleinere Europese landen blijven, dan moet hij zich van pertinente instrumenten in de politieke domeinen voorzien. Op die wijze zal de Benelux verder zijn rol kunnen spelen in de opbouw van Europa". Aldus de conclusie van de spreker.

Uitgaand van die overwegingen wil ik kort het economisch belang van onze drie landen schetsen.

De Benelux kent zo'n 26 miljoen inwoners, waarvan 10 miljoen in België, ruim 15 miljoen in Nederland en een klein half miljoen in het Groothertogdom Luxemburg. Het totale bevolkingsaantal vertegenwoordigt ongeveer 7% van de huidige bevolking van de Europese Unie der vijftien.

Het economisch gewicht van de Benelux is nochtans veel groter. Volgens de jongste gekende statistieken heeft de Benelux voor ruim 300 miljard dollar geëxporteerd, waardoor hij de 4de plaats inneemt op de ranglijst van 's werelds grootste uitvoerders, na Duitsland, de Verenigde Staten en Japan, maar vóór Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Canada. Op basis van de exportcijfers zou de Benelux dus deel uitmaken van de G7!

Om die beweringen te staven, wil ik nog even enkele bijkomende gegevens aanhalen. De grootste haven ter wereld, Rotterdam, is in de Benelux gelegen. Dat geldt ook voor de 4de grootste haven, namelijk Antwerpen.

Brussel is de zetel van de Europese Commissie en, in stijgende mate, van het Europees Parlement. Tal van andere Europese en internationale instellingen zijn in de Benelux gevestigd, met name het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, te Luxemburg.

Met betrekking tot het politieke belang van de Benelux dient te worden verwezen naar het verdrag van 3 februari 1958, waaruit duidelijk blijkt dat de Benelux, een samenwerkingsverband is tussen autonome Staten, die onderling niets van hun soevereiniteit hebben afgestaan. Het betreft dus noch een Federatie, noch een Confederatie, wat het grote verschil vormt met de Europese Unie.

In die context kan worden herinnerd aan de Conferentie van de Beneluxregeringen die op 28 en 29 april in Den Haag plaatsvond en waar reeds een aantal samenwerkingsdomeinen werden afgebakend waarin het Verdrag niet voorziet, zoals:

  • het buitenlands beleid;
  • het wetenschappelijk beleid;
  • onderwijs;
  • justitie;
  • ontwikkelingssamenwerking
  • sociale maatregelen ten gunste van het gezin.

Men kan de Benelux bijgevolg omschrijven als een uitgebreide structuur voor intergouvernementele samenwerking op tal van - niet alleen economische - terreinen.

Het Benelux Parlement verwijst met trots naar zijn primeur op het stuk van de betrekkingen van de vrije wereld met de Baltische Staten, toen die landen zich nog sterk bedreigd voelden en de zelfbeschikking van een aantal regio's van de gewezen Sovjet-Unie zeer verontrustend en onzeker was. Later hebben de baltische staten voor een structuur geopteerd die met de onze kan worden vergeleken en zij onderhouden nu geprivilegieerde relaties met de Benelux-landen.

De Benelux speelde ook een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Akkoord van Schengen. Het Secretariaat-generaal van de Economische Unie heeft namelijk vanaf de onderhandelingen tot op heden de belangrijke verantwoordelijkheid voor het secretariaat op zich genomen.

Voorts wil ik wijzen op het nuttige werk van de Benelux-ombudsman. Wij hebben namelijk veel ervaring in het vinden van redelijke oplossingen voor particuliere problemen, waarbij individuele demarches geen resultaat hadden ten gevolge van een strakke administratieve toepassing van onze wetten en reglementen. Dankzij de interpretaties van de Benelux-ombudsman werden onrechtvaardige situaties weggewerkt en werden burgers verzoend die tevoren weinig begrip voor de termen van een beleid van sociale rechtvaardigheid konden opbrengen.

  • als het juist is dat de Benelux het laboratorium van Europa was,
  • als het juist is dat de belangen en eisen van de groten moeilijk te verzoenen waren geweest zonder het voorbeeld en de medewerking van de kleine landen;
  • als het inderdaad zo is, zoals professor Dr. Jean-Claude Boyer onlangs stelde, zou dat de Benelux, ingeval de Europese samenwerking faalt, als stuwende kracht kunnen zou fungeren om Europa weer op te starten;
  • dan moet het ook zo zijn dat de Benelux een realiteit blijft en dat de kleine landen overleg moeten plegen om als Benelux-trio hun stem luider te doen klinken onder het Europese sterrendak.


Uit mijn korte uiteenzetting hebt u kunnen afleiden dat wij bijzonder belangrijke onderwerpen tot onze doelstellingen rekenen. Zij komen overeen met de wetenschappelijke thema's die door het Benelux-Universitair Centrum onderwezen, zoals de cultuur en de menselijke dimensie van onze maatschappij, met inbegrip van disciplines als psychologie en gerontologie.

Enerzijds kan de Benelux trots zijn op zijn economisch vermogen. Anderzijds moet worden vastgesteld dat een aantal beoogde en gewenste doelstellingen, ondanks alle demarches, nog niet werden gerealiseerd en dan denk ik met name aan:

  • de culturele toenadering;
  • wetenschappelijk onderzoek en universitair onderwijs;
  • ruimtelijke ordening en milieu;
  • de sociale maatregelen ten gunste van het gezin;


en dat is slechts een kleine greep!

Het is een feit dat die materies, waar uw - of mag ik zeggen "ons" Universitair Centrum, de grootste aandacht aan besteedt, door de regeringen van de drie landen onvoldoende werden behandeld in de geest en in het belang van de Benelux.

Als voorzitter van het Benelux-parlement is het voor mij een ware eer de Benelux-leerstoel in Nederland officieel te mogen instellen. Ik hoop dat die leerstoel een machtig en concreet intellectueel vormingsinstrument mag worden ter bevordering van de culturele en sociale toenadering tussen België, Nederland en Luxemburg.

Moge die interdisciplinaire en unieke leerstoel, door zijn aanwezigheid op drie plaatsen, Eindhoven, Antwerpen en Luxemburg en door het feit dat hij onder de leiding zal staan van de eminente Professor Dr. Mark Eyskens, gewezen eerste minister van België, een bijzondere betekenis geven aan het ideaal van het Benelux-Verdrag, door de Europese Unie de voor haar voorspoedige toekomst onontbeerlijke culturele en sociale waarden mee te geven!

Mijnheer de Voorzitter, Excellenties, Dames en Heren, na nogmaals mijn eerbied en dankbaarheid te hebben betuigd aan die hun waardevolle medewerking verleenden, verklaar ik de Benelux-leerstoel in Nederland officieel ingesteld.

Ik overhandig het document van de Benelux-leerstoel aan professor dr. Mark Eyskens, hoofdleraar-opdrachthouder en nodig hem uit zijn openingsrede te houden, die wij met de grootste aandachtzullen beluisteren.

Ik dank u voor uw aandacht.

Nederland | Postbus 206 | NL-5201 AE 's-Hertogenbosch | T +31(0)73 52 14 224 / b.g.g. +32(0)478 20 64 91 | E info@benelux-universitair-centrum.org
België | Kasteellei 77A | B-2110 Wijnegem | T +32(0)478 20 64 91 | E beneluxuniversitaircentrum@online.be